Historie

Fanfare st. Caecilia een eeuw lang onder leiding van een Dieteren
Nic, Arnold, Andries, Nic en Harry.

"De muziek ..." Bij dat woordje alleen al vliegen mijn gedachten het oerwoud over, de zee over naar Limburg - naar Schinnen - naar 'onze' fanfare en dan verder naar Elsloo, Breda en Kerkrade, waar de naam Schinnen in aller hoofden en harten gebeiteld werd - waar de naam Schinnen een begrip werd - waar allen die naar 'kunst' hunkerden, naar Schinnen gingen luisteren. En dan kan ik zekere gevoelens van trots niet bedwingen, omdat mijn wieg in dat "nu wereldvermaarde" Schinnen stond, met zijn hoogste nationale en internationale onderscheidingen.

Woorden die onze eerwaarde pater Alfons Cuijpers in 1959 schreef vanuit zijn missiepost Rio Tuparro, bij gelegenheid van het bondsconcours dat hier gehouden werd.

Van één naar twee en van Puth naar Schinnen
De geschiedenis van fanfare Sint Caecilia is ook de geschiedenis van de familie Dieteren. Sinds de oprichting in 1874 tot op de dag van vandaag is de familie nauw met de fanfare verbonden. De eerste voorzitter was de heer Nic. Dieteren. Samen met 8 anderen nam hij het initiatief voor de oprichting van een fanfare. Te voet gingen ze naar Maastricht om daar de nodige instrumenten aan te schaffen. Samen met de eerste directeur, de heer J. Ramakers uit Geleen, brachten ze de fanfare al snel tot bloei en muzikale prestaties. De heer Nic. Dieteren bestuurde de fanfare maar liefst 44 jaar, op een bijzondere, boven alle lof verheven manier.

In 1880 werd de heer P. Th. Diederen dirigent. Hij bleef dat tot 1897, het jaar waarin grote twisten ontstonden tussen de leden onderling en met het bestuur. Er volgde een splitsing in twee korpsen. De voorzitter en de hem trouw gebleven leden pakten de draad krachtig op. Het bestuur werd gereorganiseerd en ongeveer 15 nieuwe leden traden toe. Onder leiding van de nieuwe dirigent, de heer L. Pijls, overtrof men al snel het oude peil. Beide fanfares bouwden in die tijd hun grote naam en algemene bekendheid op muzikaal gebied op. In 1930 vertrok de 'Dieterense' fanfare uit Puth. Ze daalde voorgoed de Putherberg af om vanaf die tijd verder te spelen in Schinnen.

De dirigenten volgden elkaar in de beginjaren redelijk snel op. Na de heer Pijls volgde de heer Knooren uit Merkelbeek. Hij gaf in 1900 de dirigeerstok over aan de heer Arnold Dieteren, een zoon van de voorzitter. Hij zou tot 1909 in functie blijven. In 1901 ging hij met Sint Caecilia op concours in Meerssen. Met algemene stemmen van de jury haalden ze de eerste prijs in de derde afdeling. In 1909 nam de heer Andries Dieteren, een andere zoon van de voorzitter, de dirigeerstok over. Hij bleef dirigent tot zijn dood in 1943. Andries, in Schinnen ook bekend als Andreeske de oeremŠker, was een uitstekende dirigent. Veel muziekverenigingen uit de streek probeerden Andries als dirigent te krijgen. Zo heeft bijvoorbeeld het muziekkorps van Staatsmijn Emma zich in de jaren '20 graag door hem laten leiden. Helaas moest hij zonder muziek van zijn fanfare begraven worden. In de oorlogsjaren immers kreeg de vereniging van de Kulturkammer verplichte rust opgelegd. Maar al zijn muzikale vrienden waren bij de uitvaart aanwezig. Aan het eind van deze donkere jaren (1945) overleed ook de toenmalige voorzitter, de heer Janssen. 'De dieke Janssen' was de man die grote en kleine moeilijkheden wist te overwinnen en de vriendschapsbanden tussen de leden te bewaren.

De jaren na de oorlog
Na de bevrijding, in september 1944, ontwaakte de fanfare uit haar gedwongen rust. De dirigeerstok kwam nu in handen van Nic Dieteren, de oudste zoon van Andries. Hij zou met de fanfare ongekende successen behalen, in binnen- en buitenland, op wereldmuziekconcoursen, landskam-pioenschappen en bondsconcoursen. Zeer aansprekende successen. Het mooiste bewijs daarvan is misschien de Tiroler Meistertitel die Sint Caecilia in 1953 behaalde in Innsbr?ck. Dat het om niet zomaar een prijs ging moge blijken uit het feit dat hij langs diplomatieke weg, via de toenmalige minister Cals van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen, werd overhandigd.

Vriend en vijand waren nu niet alleen overtuigd van de kwaliteiten van de fanfare, maar zeker ook van het vakmanschap van haar dirigent. Een groot gedeelte van de successen komt ook op naam van de voorzitter in die jaren, Jozef Houben. Samen met Nic Dieteren vormde hij voor Sint Caecilia een onvergetelijk koppel. Onder hun leiding werden in 1955 de eerste uniformen aangeschaft. En om ook verder met de tijd mee te gaan werd in 1956 aan de fanfare een drumband toegevoegd. Na de vele successen in de jaren '50 trof St. Caecilia een zware slag toen haar onvergetelijke voorzitter op 1 februari 1959 in dienst trad als directeur van Sociale Zaken in Wisch (Gelderland) na 13 dienstjaren bij de fanfare. Onder het bewind van zijn opvolger, de heer Hub Maes, werd in 1960 een compleet nieuw instrumen-tarium aangeschaft. Wellicht heeft dat bijgedragen aan het behalen van het tweede landskampioenschap, in 1963 in Valkenburg. En ook onder zijn bewind, in 1967, nam St. Caecilia als eerste vereniging in de Limburgse muziekbond het initiatief voor de cultuuruitwisselingsfeesten tussen Belgisch en Nederlands Limburg. Het werd het begin van een aantal in alle opzichten geslaagde verbroederingsfeesten tussen de beide Limburgen. Het optreden in 1968 tijdens het landskampioenschap in het concertgebouw in Amsterdam leidde onder andere tot radioconcerten voor de KRO en BRT. De band tussen de familie Dieteren en de fanfare bleek ook uit het feit dat alle broers van de dirigent (5 stuks) bijzonder goede leden waren en belangrijke plaatsen in het korps bezetten. Nic moest in 1984 om gezond-heidsredenen stoppen. Als eredirigent blijft hij nog steeds nauw betrokken bij het wel en wee van 'zijn' vereniging. E‚n van zijn zoons, Harry, is de huidige dirigent. En verder speelt ‚‚n van zijn dochters mee. Er waren meer belangrijke families in de fanfare. De familie Otten was met 5 personen vertegenwoordigd. Op de eerste plaats Jean, als solo-bugel en vooral als onderdirigent. Hij overleed in 1984. De familie Maes was al in 1900 met 2 man vertegenwoordigd. Later zelfs met 6, waaronder voorzitter Hub. Ook de familie Diederen was steeds goed en op de voorgrond aanwezig. Vandaag de dag met tweede dirigent Jan en zijn beide zonen.

De voorzitters
Nic Dieteren 1874 - 1918
Chr. de Wit 1918 - 1922
J. Boijmans 1922 - 1930
J. Janssen 1930 - 1945
Jozef Houben 1945 - 1959
Hub Maes 1959 - 1972
Gerrit Cuijpers 1972 - 1979
Jos Wassen 1979 - 1984
Leo Coumans 1984 - 1998
Jan Eyssen 1998 - heden

De concoursen
In haar lange bestaan heeft de vereniging tientallen meerdaagse concert-reizen gemaakt en honderden concerten gegeven in binnen- en buitenland. Muzikale hoogtepunten waren steeds weer de deelnames aan de muziekconcoursen. Al in 1901 nam de vereniging van medeoprichter en voorzitter Nicolaas Dieteren voor het eerst deel aan een muziekconcours en wel te Meerssen, waar in de derde afdeling meteen een eerste prijs werd behaald.

In 1919 werd een, in de tijd gezien, wereldreis gemaakt naar het grote concours van Amsterdam. Men won er onder andere een medaille van hare majesteit koningin Wilhelmina voor het hoogste aantal punten van het hele concours en een medaille van zijne koninklijke hoogheid prins Hendrik voor het hoogste aantal punten in de sectie fanfares.

In 1934 haalde Sint Caecilia in 's-Gravenhage een eerste prijs met lof der jury in de ere-afdeling. Vanaf 1951 worden door de Limburgse Bond voor muziekgezelschappen bondsconcoursen georganiseerd. Fanfare Sint Caecilia Schinnen is ook aangesloten bij deze bond. De LBM-verenigingen zijn verplicht eenmaal in de vijf jaar aan een concours of wedstrijd deel te nemen. Sint Caecilia speelt vanaf het begin in de hoogste afdeling, de superieure. Een deskundige jury beoordeelt de muzikale prestaties. De concoursen vormen steeds weer de bekroning van vele jaren hard werken aan de muzikale kwaliteit. Duizenden supporters en muziekliefhebbers bezoeken de wedstrijden die zich kenmerken door een geheel unieke sfeer. De resultaten die Sint Caecilia behaalde in diverse wedstrijden sinds 1901:

1901 Meerssen 1e 3e afdeling
1919 Amsterdam 1e Hoogste aantal punten van het concours en de marswedstrijden
1934 's Gravenhage 1e Ere-afdeling; met lof der jury
1951 Kerkrade WMC 331
1951 Kerkrade Erewedstrijd 329 1e met lof
1953 Innsbruck 348 1e met lof Hoogste aantal punten van het hele concours. Tiroler Meistertitel en de Gouden Hoorn.
1953 Erewedstrijd 171 1e
1953 Marswedstrijd 111 1e 1958 Elsloo Bondsconcours 352 1 e met lof Jurylid S. Noom: "Bravo, dit is musiceren! Hier zwijgt alle kritiek."
1958 Breda Landskampioenschap 336 1e met lof Landskampioen
1958 Kerkrade WMC 333 1e met lof Wereldkampioen
1958 Kerkrade Erewedstrijd 335 1e met lof Jurylid Frank Wright: "a splendid performance in every way."
1963 Bocholtz Bondsconcours 346, 5 1e met lof
1963 Valkenburg Landskampioenschap 345 1e met lof Landskampioen
1968 Heerlen Bondsconcours 329,5 1e met lof
1968 Amsterdam Landskampioenschap 333 1e met lof
1973 Nieuwstadt Bondsconcours 326 1e met lof
1978 Kerkrade WMC 324 1e met lof
1988 Posterholt 303 1e Het laatste concours onder leiding van Nic Dieteren
1988 Susteren 316 1e
1993 Kerkrade WMC 324 1e met lof
1997 Kerkrade WMC 336 1e met lof
2002 Roermond Bondsconcours 87.83 1e
2006 Roermond Bondsconcours 92,75 1e met lof onder leiding van Paul Oligschlager

Vanaf 2002 wordt gebruik gemaakt van een nieuwe puntentelling. Omge-rekend naar het oude systeem zou de fanfare 317 punten hebben behaald, een dikke eerste prijs, slechts 7 punten te weinig voor lof.

Kortom, een gemiddelde over alle muziekconcoursen van 1951 tot en met 1997 van ruim 332 punten. Ook al bestaat Sint Caecilia inmiddels 128 jaar, het korps musiceert steeds op hoog niveau. Hetzelfde geldt voor de drumband. Die behaalde in 1998 bij het bondsconcours een eerste prijs met promotie en lof der jury. Bij het daaropvolgend Limburgs kampioenschap in Venray werd een prachtige tweede plaats behaald.

In al die jaren is de familie Dieteren op een bijzondere wijze bij de vereniging betrokken geweest. Van medeoprichter en eerste voorzitter Nicolaas tot dirigent Harry.

Bij concertwedstrijden kan men deelnemen in de sectie harmonie of fanfare. In beide secties in de afdelingen 3e, 2e,1e , uitmuntendheid, ere en superieur. De deelnemende verenigingen worden beoordeeld naar de volgende rubrieken:
1. zuiverheid, stemming
2. klankgehalte (mooie, volle, afgeronde klnakontwikkeling)
3. samenspel
4. ritmiek
5. techniek (tempo, voordracht en dynamiek)
6. interpretatie opvatting, frasering en articulatie)

Springlevend
Hoe staat fanfare St. Caecilia er vandaag de dag voor? De vereniging kent gelukkig een groot aantal leden die al vele jaren lang hun beste beentje voorzetten. Dat fanfaremuziek springlevend is bewijzen de circa 25 jeugdleden die een muziekopleiding volgen. St. Caecilia is actief lid van de Federatie Onderbanken en de Federatie Beek. De vereniging ziet het nog steeds als belangrijke taak en opdracht binnen de gemeenschap Schinnen zowel kerkelijke als wereldlijke feesten op te luisteren. Van nieuwjaarsconcert tot kerstviering, van jubileumserenade tot processiemars, het hele jaar rond en steeds met volle overgave.

Thei Erkens – mei 2002
Met toestemming overgenomen uit jaarboek Hisotriek 2002, van de vereniging Historie Schinnen